h

Maximale winst

21 juli 2010

Maximale winst

logo SP MiddelburgEnige tijd geleden stond in de krant een stuk over het bedrijf MSD (Organon) in Oss. 2175 werknemers zouden gedwongen ontslagen worden. De vakbond CNV reageerde furieus. Het bedrijf draait namelijk met winst, maar die is kennelijk naar de mening van de bedrijfsleiding niet hoog genoeg. Hoewel het aantal ontslagen in dit geval wel erg hoog ligt, betreft het hier geen incident.

Er zijn altijd bedrijven die verlies lijden en daardoor gedwongen zijn mensen te ontslaan, maar het komt regelmatig voor dat goed draaiende bedrijven delen van het bedrijf afstoten om nog meer winst binnen te slepen. In 2008 ontsloeg HP 560 Nederlandse werknemers. En het loonoffer dat werd gevraagd bij Zalco? Dit bedrijf liep op dat moment inderdaad niet goed vanwege de dalende prijs van aluminium en de stijgende prijs van elektriciteit, maar vele jaren daaraan voorafgaand werd er grote winst gemaakt. Ook op kleinere schaal komen er ontslagen voor door herstructurering en afstoting van taken naar bijvoorbeeld India, maar deze halen meestal niet eens de krant.

De gevolgen van een massa-ontslag of herstructurering zijn voor een groot bedrijf niet meer dan hooguit een paar procent winst, maar zijn voor de ontslagen werknemers rampzalig. De mensen gaan sterk in salaris achteruit en moeten hierdoor hun hele levensstijl aanpassen. Mensen met een eigen huis kunnen in bepaalde gevallen de hypotheek niet meer opbrengen met als mogelijk gevolg de verkoop van hun huis. Bovendien tast een ontslag het gevoel van eigenwaarde van mensen aan, omdat ze dit voor een groot deel halen uit hun (uiteraard niet alleen economische) bijdrage aan de maatschappij.

Het is duidelijk dat het huidige systeem, waarbij de macht van aandeelhouders (de aandeelhouder wint) allesbepalend is, niet werkt. Maar hoe moet het dan? Ik wil hier twee voorbeelden noemen van hoe het ook kan:

1. In Argentini waren er op een gegeven ogenblik fabrieken die te weinig winst maakten en daardoor dreigden te sluiten. Dit is opgelost door het bedrijf aan de werknemers te verkopen. Er hoefde geen winst meer te worden behaald (alhoewel dat natuurlijk mooi meegenomen zou zijn) zolang het bedrijf maar genoeg opbracht om de salarissen te betalen en de onkosten te dekken. Bovendien hadden werknemers zo meer het gevoel voor zichzelf te werken in plaats van voor de baas.

2. In maart/april 2009 kwam in het nieuws dat familiebedrijven de crisis over het algemeen beter doorkwamen dan andere bedrijven. Niet verwonderlijk, de eigenaren van deze bedrijven hebben een veel sterkere band met hun zaak dan de eigenaren (lees aandeelhouders) van andere, over het algemeen grotere, bedrijven. Zij leggen veel sterker de nadruk op continuteit, het voortbestaan van het bedrijf op langere termijn, dan op korte-termijnwinsten. Familiebedrijven opereren grotendeels alleen binnen Nederland. In een tijd van economische crisis zullen met name multinationals, op zoek naar kostenminimalisatie, over de grenzen kijken naar mogelijkheden om (een deel van) hun activiteiten te verplaatsen naar landen met lagere lonen en een minder streng (lees: falend) milieubeleid.

Juist in een tijd van crisis is het op deze manier wegvallen van arbeidsplaatsen desastreus. Kleinere bedrijven daarentegen zullen over het algemeen in Nederland blijven (alhoewel natuurlijk niet al deze bedrijven de crisis zullen overleven). Kleine bedrijven hebben meestal ook meer oog voor de belangen van hun werknemers dan de grotere. De afstand tussen werkgever en werknemer is hier immers veel kleiner. Bovendien zijn deze werkgevers veel afhankelijker van individuele werknemers. Kortom: kleinere bedrijven zijn tijdens een crisis van levensbelang voor (herstel van) de economische stabiliteit. Wil je als land een crisis goed doorkomen, dan moet je hier rekening mee houden. Het is dan ook niet voor niets dat Sharon Gesthuizen, Tweede Kamerlid van de SP, een campagne Hart voor de Zaak is begonnen voor verbetering van de positie van kleine zelfstandigen.

Stan Punt

U bent hier